Door Pleun van Vliet

Ongeveer 2% van de bevolking is hoogbegaafd. Hoogbegaafden vormen in de samenleving dus een minderheid. Uit wetenschappelijk onderzoek weten we dat het leven van minderheden met specifieke uitdagingen gepaard gaat. Deze uitdagingen komen zowel op het werk als in het dagelijks leven voor.

Voor hoogbegaafden kan het ontbreken van adequate rolmodellen en realistische spiegeling een significante hinderpaal vormen in de persoonlijke ontwikkeling. Net als ieder mens wil een hoogbegaafde zich ontplooien èn geborgen weten in een sociale context. Deze existentiële verlangens zitten elkaar bij hoogbegaafdheid – net zoals bij iedere minderheid – echter regelmatig in de weg.

Voor de omgeving van een minderheid zijn er ook uitdagingen! De minderheid daagt immers onbedoeld de norm uit of houdt de meerderheid onbewust een spiegel voor die soms weinig rooskleurig is. Ook voor meerderheden is het niet prettig veelvuldig op de eigen onvolkomenheden gewezen te worden.

Net zoals er geen simpel recept bestaat om niet-hoogbegaafden prettiger te laten omgaan met hoogbegaafden, bestaat er geen truc om hoogbegaafden effectiever te laten ‘vertalen naar normalen’. Om beide groepen méér ‘leven’ te gunnen in de interactie helpt het wel om beter te weten wat het betekent om – als hoogbegaafde – onderdeel uit te maken van de meerderheid óf juist – als niet-hoogbegaafde – onderdeel uit te maken van een minderheid.
Om beide groepen méér ‘leven’ te gunnen in de interactie helpt het wel om beter te weten wat het betekent om een minderheid of juist een meerderheid te zijn in het geval van hoogbegaafdheid.